ECLI:NL:CRVB:2011:BU6551
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandige wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen de uitspraak van 24 september 2010 waarin zijn aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) werd afgewezen. De uitkering werd geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheidsdatum niet vóór 1 augustus 2004 lag.
De rechtbank Utrecht had eerder geoordeeld dat de medische klachten van verzoeker niet zonder meer te relateren zijn aan een Borrelia-infectie in 2002 en dat onvoldoende medische onderbouwing bestond voor een eerdere arbeidsongeschiktheidsdatum. De Raad bevestigde dit oordeel en zag geen aanleiding tot herziening.
Verzoeker stelde dat de gehanteerde richtlijnen achterhaald zijn en verwees naar nieuwe richtlijnen en verklaringen van het RIVM en medisch microbioloog Bolderdijk. De Raad oordeelde dat deze nieuwe richtlijnen niet definitief waren en dat de verklaringen niet specifiek op de situatie van verzoeker van toepassing waren. Ook de stelling dat de deskundige Gisolf onvoldoende expertise had, werd niet geaccepteerd.
De Raad concludeerde dat alle feiten en omstandigheden verzoeker vóór de bestreden uitspraak bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn. Daarom was geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, en werd het verzoek om herziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.