ECLI:NL:CRVB:2011:BU6725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar en verzoek herziening bijstandintrekking
Appellanten ontvingen bijstand die door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam met ingang van 1 september 1998 werd ingetrokken bij besluit van 20 juni 2008 vanwege niet-melding van inwonende partner met inkomsten. Het College vorderde de terugbetaling van ruim € 134.000.
Appellanten stuurden op 29 mei 2009 een brief met de aanduiding 'bezwaarschrift tevens per post', waarin zij verzoeken om herziening van het besluit en reductie van de terugvordering, verwijzend naar strafrechtelijke vonnissen die een lagere fraudeperiode en schadebedrag vaststelden. Het College wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een tijdig ingediend bezwaar en het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat de brief geen ontvankelijk bezwaar was en dat de strafrechtelijke vonnissen geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de brief van 29 mei 2009 geen bezwaar is en dat het verzoek om herziening terecht is afgewezen. De strafrechtelijke vonnissen worden wel als nieuw gegeven erkend, maar niet als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van het besluit tot terugvordering van bijstand wordt afgewezen en de brief van 29 mei 2009 wordt niet als bezwaar aangemerkt.