ECLI:NL:CRVB:2011:BU6808

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3436 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid wegens te laat betalen griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door verzet aan te tekenen.

De Raad stelde vast dat het griffierecht op 26 augustus 2010 was betaald, terwijl de uiterste betaaldatum 19 augustus 2010 was. Er waren geen feiten of omstandigheden die konden aantonen dat de termijnoverschrijding niet aan appellant kon worden toegerekend.

Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond. Het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan appellant. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 december 2011.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.

Uitspraak

10/3436 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 2 juni 2010, 09/7689
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft
Datum uitspraak: 2 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 30 november 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 30 november 2010 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 november 2011, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 30 november 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 22 juli 2010 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De uitspraak van de Raad van 30 november 2010 is bij brief van 1 december 2010 in afschrift aan appellant gezonden. Appellant heeft die brief aan de Raad teruggestuurd met daarop de handgeschreven aantekeningen “26/8/10” en “€111”. De Raad heeft dit geschrift aangemerkt als verzetschrift en gaat ervan uit dat appellant heeft willen aanvoeren dat het verschuldigde griffierecht op 26 augustus 2010 is betaald.
De Raad stelt vast dat het verschuldigde griffierecht - inderdaad - op 26 augustus 2010 is bijgeschreven op de rekening van de Raad. De laatste dag waarop het griffierecht tijdig had kunnen worden betaald, is echter 19 augustus 2010.
Van feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat deze termijnoverschrijding appellant niet kan worden verweten, is niet gebleken.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 111,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
2 december 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
CVG