ECLI:NL:CRVB:2011:BU7105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste berekening maandelijkse aflossingscapaciteit door UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht waarin haar beroep tegen de vastgestelde maandelijkse aflossingscapaciteit door het UWV ongegrond werd verklaard.
Zij stelde dat er geen rekening was gehouden met eerdere aflossingen terwijl er volgens haar geen aflossingscapaciteit was, en dat het UWV haar niet had geïnformeerd over de mogelijkheid van beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap van haar overleden echtgenoot.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de nieuwe argumenten in hoger beroep geen aanleiding gaven tot een ander oordeel dan de rechtbank. De berekening van de aflossingscapaciteit werd niet weersproken en is niet onjuist bevonden. Bovendien stelde het UWV het af te lossen bedrag lager vast dan de volledige aflossingscapaciteit, waardoor appellante niet benadeeld is.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de berekening van de maandelijkse aflossingscapaciteit juist is en appellante daardoor niet is benadeeld.