ECLI:NL:CRVB:2011:BU7226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn overschreden zonder verontschuldigbare reden bij afwijzing WW-uitkering wegens verblijf in Duitsland
Appellant vroeg op 12 mei 2010 een WW-uitkering aan, die op 18 juni 2010 werd afgewezen omdat hij in Duitsland woonachtig is. Hij maakte bezwaar op 17 augustus 2010, ruim na de uiterste bezwaartermijn van 31 juli 2010. Appellant wachtte op een E301-formulier en de beslissing op zijn Duitse uitkeringsaanvraag voordat hij bezwaar indiende.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn zonder verontschuldigbare reden. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad dit oordeel. De Raad benadrukt dat appellant het risico nam door niet tijdig een voorlopig bezwaarschrift in te dienen om de termijn te bewaren.
De Raad oordeelt dat onwetendheid over regelgeving en het wachten op het E301-formulier onvoldoende is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Bezwaar tegen afwijzing WW-uitkering niet-ontvankelijk wegens niet verontschuldigbare overschrijding bezwaartermijn.