ECLI:NL:CRVB:2011:BU7447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering per 26 juni 2008 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De medische rapportages stelden vast dat zij wel aandoeningen had, maar dat deze niet leidden tot zodanige beperkingen dat zij haar werkzaamheden niet kon verrichten. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen ernstig werden onderschat en dat zij leed aan een pijnsyndroom passend bij fibromyalgie. De Raad overwoog dat de beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsarts voldoende waren en dat appellante in staat was om passende functies te vervullen zonder verlies van verdienvermogen. De door appellante ingebrachte medische informatie bood geen nieuwe aanknopingspunten.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De medische en arbeidskundige grondslag van het besluit werd als deugdelijk beoordeeld.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering per 26 juni 2008 wordt bevestigd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.