ECLI:NL:CRVB:2011:BU7572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, werkzaam geweest bij de Belastingdienst, ontving sinds 2003 een WAO-uitkering die in 2004 werd herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag haar uitkering opnieuw in 2009 op basis van medische en arbeidskundige rapporten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de beperkingen en functies passend waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, onder meer over vermeende schendingen van hoorplicht en het ontbreken van een urenbeperking in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen schending van de hoorplicht of artikel 8:42 Awb Pro had plaatsgevonden en dat de medische beoordeling, inclusief de afwijzing van een urenbeperking, juist was gebaseerd op objectieve gegevens.
De Raad stelde vast dat de functies archiefmedewerker, medewerker bibliotheek, inpakker en productiemedewerker industrie medisch passend waren, mede omdat er voldoende afwisseling van houding en vertredingsmogelijkheden waren. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.