ECLI:NL:CRVB:2011:BU7582

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-265 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid

Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering vanaf 3 december 2009 te herzien naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%. Zij voerde aan dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening was gehouden met haar medische klachten, waardoor de geduide functies niet geschikt zouden zijn.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat er geen medische grondslag was voor het aannemen van meer beperkingen dan in de FML waren opgenomen.

De Raad hechtte waarde aan het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, die zijn oordeel baseerde op de expertise van psychiater E.M.J. Hassing. Uit de stukken bleek dat het UWV de bevindingen van de psychiater had gevolgd en dat de neurologische en reumatologische klachten van appellante onvoldoende objectief waren om tot extra beperkingen te leiden.

De Raad vond de argumenten van appellante onvoldoende om het besluit te wijzigen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wegens ontbreken van medische grondslag voor meer beperkingen.

Uitspraak

11/265 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2010, 09/5632 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. H. Vosmeijer, advocaat te Amstelveen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Vosmeijer. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M. Sluys.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank – voor zover in dit geding van belang – ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het besluit van 26 januari 2010. Bij dit besluit heeft het Uwv, voor de tweede maal beslissend op bezwaar, besloten de uitkering van appellante van 18 april 2009 tot en met 2 december 2009 te handhaven in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100% en met ingang van 3 december 2009 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
2. Het hoger beroep is gericht tegen de indeling vanaf 3 december 2009 in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%. Appellante stelt zich op het standpunt dat in de FML rekening moet worden gehouden met meer medische klachten en beperkingen. Nu dat niet is gebeurd zijn de geduide functies niet geschikt voor appellante.
Het Uwv stelt zich op het standpunt dat de verzekeringsartsen kennis hebben genomen van appellantes klachten maar dat met name haar neurologische en reumatologische klachten wegens gebrek aan objectivering niet tot in de FML opgenomen beperkingen kunnen leiden.
3.1. De Raad stelt zich achter de aangevallen uitspraak en onderschrijft de overwegingen die de rechtbank tot haar daarin vervatte oordeel hebben geleid. Ook voor de Raad is van belang dat de bezwaarverzekeringsarts zijn rapport heeft doen steunen op een expertise van de psychiater E.M.J. Hassing. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat voor het aannemen van meer beperkingen dan voortvloeien uit de FML geen medische grondslag aanwezig is. Uit hetgeen appellante ook in hoger beroep nog naar voren heeft gebracht blijkt niet dat het Uwv Hassing niet heeft kunnen volgen in haar bevindingen en conclusies. De Raad kan zich vinden in de reacties van de bezwaarverzekeringsarts van
9 maart 2011 en van de bezwaararbeidsdeskundige van 10 maart 2011 op de in hoger beroep geuite grieven. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapportage nogmaals en op overtuigende wijze uiteengezet waarom de door appellante geuite klachten niet kunnen leiden tot meer beperkingen.
3.2. Het hoger beroep van appellante treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd voor zover aangevochten.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2011.
(get.) J. Brand.
(get.) I.J. Penning.
NW