ECLI:NL:CRVB:2011:BU7742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 27 juli 2009 waarin werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een WIA-uitkering. Dit bezwaar werd bij besluit van 24 maart 2010 ongegrond verklaard en de rechtbank Utrecht wees het beroep van appellant af. De rechtbank oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts bevoegd is om op basis van medisch objectiveerbare klachten zowel fysieke als psychische beperkingen vast te stellen en dat er geen aanleiding was voor nader psychiatrisch onderzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende rekening hield met informatie van zijn behandelend psychiater en andere medische rapporten, en dat de voorgehouden functies niet geschikt zouden zijn vanwege zijn medicijngebruik. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts terecht op zijn eigen medische beoordeling mocht varen en dat de aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen.
Daarnaast vond de Raad dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende had toegelicht dat de voorgehouden functies geschikt waren voor appellant. De door appellant ter zitting ingebracht argument over opleidingseisen werd als te laat beschouwd. De Raad bevestigde daarom het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.