ECLI:NL:CRVB:2011:BU8146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 2005 bijstand, maar het College stelde na onderzoek vast dat hij beschikte over een woning en bankrekening in Marokko, wat niet was gemeld. Het College beëindigde de bijstand en vorderde terugbetaling wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door de schending van de inlichtingenverplichting. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek naar woningbezit onvoldoende was en dat hij geen eigenaar was van de woning.
De Raad concludeerde dat appellant beschikte over vermogen boven de vermogensgrens en de inlichtingenverplichting had geschonden. Echter, volgens vaste rechtspraak moet het College het recht op bijstand vaststellen, ook als dit nihil is, en kan het niet worden ingetrokken louter vanwege schending van de inlichtingenverplichting. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit wegens onjuiste motivering, handhaafde de rechtsgevolgen en veroordeelde het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onjuiste motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.