ECLI:NL:CRVB:2011:BU8261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek omzetting studiefinanciering in gift en rentevergoeding
Appellant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betreffende de omzetting van studiefinanciering over de maanden oktober 2001 tot en met augustus 2003 en september 2006 in een gift. De rechtbank had het verzoek van appellant om proceskostenvergoeding en rentevergoeding afgewezen.
In hoger beroep stelde appellant dat de omzetting niet correct was uitgevoerd en dat de schuld hoger bleek dan eerder aangegeven, terwijl hij geen inzicht kreeg in de samenstelling van de schuld. De Raad stelde vast dat de omzetting van de prestatiebeurs in een gift volgens de berichten van september 2009 correct was uitgevoerd en dat appellant dit niet had betwist. Ook was de stelling over de schuldhoogte niet aan de orde omdat appellant daartegen geen bezwaar had gemaakt.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake was van renteschade en dat de Minister het griffierecht moest vergoeden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder rentevergoeding.