ECLI:NL:CRVB:2011:BU8299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvragen wegens niet aannemelijk gemaakte woonadressen
Appellante heeft twee keer een aanvraag om bijstand ingediend bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogezand-Sappemeer. In beide gevallen werd de aanvraag afgewezen omdat uit onderzoek bleek dat zij niet daadwerkelijk woonachtig was op de door haar opgegeven adressen.
In de eerste zaak (09/4796 WWB) meldde appellante zich op 8 juli 2008 bij het CWI, maar diende de aanvraag pas op 2 oktober 2008 in. Het College verklaarde het bezwaar tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk en wees de aanvraag af omdat appellante niet aannemelijk maakte dat zij op het opgegeven adres woonde. Uit het onderzoek bleek dat zij verspreid woonde bij verschillende personen en slechts beperkte persoonlijke bezittingen had op het opgegeven adres.
In de tweede zaak (09/6033 WWB) diende appellante op 5 december 2008 opnieuw een aanvraag in, die eveneens werd afgewezen. Het onderzoek toonde aan dat zij geen sleutel had van het opgegeven adres, weinig persoonlijke spullen daar had en regelmatig elders verbleef. De Raad oordeelde dat het bewijs voor het opgegeven woonadres onvoldoende was. Beide aangevallen uitspraken van de rechtbank werden door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens het niet aannemelijk maken van de opgegeven woonadressen.