ECLI:NL:CRVB:2011:BU8754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag burgemeester wegens verstoorde verhouding met gemeenteraad
Appellant was burgemeester van een gemeente waar de drie wethouders het vertrouwen in hem opzegden. De Commissaris van de Koningin (CdK) stelde een onderzoek in en adviseerde de minister om het ontslag van appellant voor te dragen, wat leidde tot een koninklijk besluit tot eervol ontslag per 1 maart 2008.
Appellant maakte bezwaar tegen zijn ontslag, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een bevoegdheidsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het bevoegdheidsgebrek was geheeld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze conclusie en oordeelt dat de processuele onvolkomenheden niet ernstig genoeg zijn om het ontslag tegen te houden.
De Raad overweegt dat de verstoorde verhouding tussen appellant en de gemeenteraad terecht is vastgesteld, mede op basis van een motie van de gemeenteraad en het advies van de CdK. Het door appellant gestelde verband met integriteitsproblemen van wethouders is onvoldoende onderbouwd. De Raad ziet geen zwaarwegende gronden om af te zien van het ontslag en wijst het hoger beroep af.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de CdK geen bemiddelingsplicht had en dat de gang van zaken rondom de stemming en het advies van de CdK correct waren. Vergoeding van proceskosten wordt niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.
Uitkomst: Het eervol ontslag van de burgemeester wegens een verstoorde verhouding met de gemeenteraad wordt bevestigd.