ECLI:NL:CRVB:2011:BU8962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit beroep in nadat het UWV geheel aan haar bezwaren tegemoet was gekomen met een gewijzigde beslissing op bezwaar. De rechtbank had eerder al beslist over de proceskosten in verband met de procedure in beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV alsnog moet worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het bezwaar en het hoger beroep. De proceskosten werden begroot op €322 voor rechtsbijstand in bezwaar en €437 voor rechtsbijstand in hoger beroep.
Vergoeding van omzetschade werd afgewezen omdat daarvoor een specifieke regeling geldt in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die reeds voorziet in kostenvergoeding. Voor het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De Raad sprak de beslissing uit in het openbaar op 21 december 2011.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante ten bedrage van €1081.