ECLI:NL:CRVB:2011:BU9006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf oktober 2006. Naar aanleiding van een vermoeden over haar woonsituatie werd een onderzoek ingesteld, waarbij onder meer een huisbezoek plaatsvond en een verklaring van appellante werd opgenomen.
Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf 1 mei 2009 en vorderde de kosten terug wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding met [H.], met wie zij een kind had en met wie zij het hoofdverblijf deelde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, mede op basis van de verklaring van appellante en het huisbezoek. De Raad oordeelde dat de verklaring niet onder druk of in een roes was afgelegd en dat de schending van de inlichtingenplicht rechtvaardigde intrekking en terugvordering van de bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.