ECLI:NL:CRVB:2011:BU9014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand van augustus 1999 tot februari 2005. In mei 2004 werd een hennepkwekerij aangetroffen in zijn woning, wat leidde tot een strafrechtelijke veroordeling. Het College herzag daarop de bijstand over de periode 1 februari tot 18 mei 2004 en vorderde terugbetaling van €3.296,02 wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad stelde vast dat alleen de startdatum van de hennepkwekerij en de vraag of appellant inkomsten genoot nog in geschil waren. De Raad oordeelde dat het College onvoldoende had onderbouwd dat de kwekerij al vanaf 1 februari 2004 bestond en dat een startdatum van 15 april 2004 aannemelijker was.
Daarom kon de intrekking van bijstand voor de periode 1 februari tot 15 april 2004 niet standhouden en was het College niet bevoegd de volledige terugvordering te vorderen. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen over de periode 15 april tot 19 mei 2004. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1 februari tot 15 april 2004 wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen over de periode 15 april tot 19 mei 2004.