ECLI:NL:CRVB:2011:BU9040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Betrokkene 1 ontving bijstand sinds 1982 en betrokkene 2 woonde vanaf 1990 op hetzelfde adres als kostganger. Na een onderzoek van de Sociale Recherche concludeerde het College dat betrokkenen een gezamenlijke huishouding voerden en dat zij de wettelijke inlichtingenplicht hadden geschonden door dit niet te melden. Het College trok de bijstand van betrokkene 1 in en vorderde de onverschuldigd ontvangen bedragen terug, ook van betrokkene 2.
De rechtbank vernietigde deze besluiten gedeeltelijk vanwege verjaring en onvoldoende beoordeling van terugvordering. Beide partijen gingen in hoger beroep. De Centrale Raad oordeelde dat de feiten en omstandigheden, zoals gezamenlijke bankrekening, medehuurderschap en wederzijdse zorg, een gezamenlijke huishouding aantonen die verder gaat dan een zakelijke kostgangersrelatie.
De Raad stelde vast dat de inlichtingenplicht was geschonden en dat het College terecht bevoegd was tot intrekking en terugvordering. De Raad verwierp het verjaringsverweer omdat het College pas na afronding van het onderzoek voldoende duidelijkheid had. Ook vond de Raad dat het College serieus heeft beoordeeld of er redenen waren om van terugvordering af te zien, maar dat die er niet waren. De beroepen van betrokkenen werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken vernietigd.
Uitkomst: De beroepen van betrokkenen worden ongegrond verklaard en de besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand gehandhaafd.