ECLI:NL:CRVB:2011:BU9137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.J. Simon
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en vergoeding kosten en wettelijke rente bij WW-uitkering
Appellant vroeg op 27 oktober 2008 een WW-uitkering aan na beëindiging van zijn werkzaamheden als directeur van een B.V. Het UWV wees de aanvraag bij besluit van 22 december 2008 af omdat appellant als directeur-grootaandeelhouder werd aangemerkt. Het bezwaar werd bij besluit van 23 maart 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar hield de rechtsgevolgen in stand.
Naar aanleiding van vragen van de Raad nam het UWV op 5 september 2011 een nieuw besluit waarin alsnog een WW-uitkering werd toegekend. Appellant meldde dat hiermee aan zijn bezwaren was voldaan en verzocht om vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. Het UWV besloot niet op het verzoek om vergoeding van kosten in bezwaar, waardoor de Raad dit besluit vernietigde voor zover dit verzoek niet was behandeld.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de kosten in bezwaar (€ 644,-), tot vergoeding van wettelijke rente vanaf 1 januari 2009 en tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep (€ 1.092,-). Tevens werd het griffierecht vergoed. De eerdere uitspraak werd vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit van 23 maart 2009 in stand waren gelaten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 5 september 2011 wordt vernietigd voor zover niet is beslist op het verzoek om vergoeding van kosten, en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van kosten en wettelijke rente.