ECLI:NL:CRVB:2011:BU9158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vaste aanstelling na civielrechtelijke detachering bij gemeente
Appellant was van 1 juli 2006 tot 1 september 2007 gedetacheerd vanuit een civielrechtelijk dienstverband bij de gemeente in de functie van inspecteur Handhaving. Vervolgens was hij vanaf 1 september 2007 tot 30 augustus 2010 in tijdelijke dienst als projectmedewerker Handhaving. Appellant verzocht om aanstelling in vaste dienst per 1 juli 2009, stellende dat de detachering als tijdelijke aanstelling moest worden meegeteld.
Het college wees dit verzoek af en beëindigde de tijdelijke aanstelling per 31 augustus 2010. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de detachering vanuit het civielrechtelijk dienstverband mee moest tellen in de reeks tijdelijke aanstellingen, zodat een vaste aanstelling was ontstaan.
De Raad oordeelde dat detachering vanuit een civielrechtelijk dienstverband niet gelijkgesteld kan worden met een tijdelijke aanstelling in de zin van artikel 2:4 ARG Pro. Dit omdat de rechtspraak alleen tijdelijke aanstellingen vanuit ambtelijke rechtsposities gelijkstelt aan detacheringen. De interim-vervulling van de functie en de aard van de werkzaamheden veranderen hieraan niets. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de detachering vanuit een civielrechtelijk dienstverband niet meetelt voor vaste aanstelling en wijst het hoger beroep af.