ECLI:NL:CRVB:2011:BU9247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds maart 1997 een WAO-uitkering ontving wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, kreeg deze uitkering per 2 mei 2007 beëindigd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Na een nieuwe ziekmelding per 1 februari 2008 wees het UWV een WAO-uitkering af op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Dit besluit werd ook in bezwaar en beroep door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen aan hoofd, nek en schouders waren onderschat en dat er sprake was van toegenomen psychische beperkingen. Zij overhandigde medische informatie van haar neuroloog en huisarts en verzocht om inschakeling van een onafhankelijke neuroloog. Tevens stelde zij dat de voorgehouden functies niet geschikt waren omdat deze leken op haar oude werk.
De Raad stelde vast dat de nieuwe medische informatie niet relevant was voor de datum in geschil en dat de diagnose hyperventilatie niet tot twijfel aan de eerdere medische beoordeling leidde. De Raad vond de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts juist en zag geen reden voor een onafhankelijke deskundige. Ook oordeelde de Raad dat de voorgehouden functies niet vergelijkbaar waren met haar oude functie en geschikt waren voor appellante.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WAO-uitkering bevestigd.