ECLI:NL:CRVB:2011:BU9249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds mei 2004 een WAO-uitkering wegens onder meer rugklachten, vastgesteld op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV besloot deze uitkering per 26 oktober 2009 te verlagen naar 15 tot 25%. Na bezwaar werd de effectuering van deze verlaging aangepast naar 6 januari 2010. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende waren onderbouwd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen dat haar beperkingen zijn onderschat, met name haar beperkte staan, noodzaak tot rust en beperkte zitduur achter de computer. De Raad oordeelde dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was, inclusief lichamelijk onderzoek en dossieronderzoek, en dat de bezwaren onvoldoende medisch onderbouwd waren om twijfel te rechtvaardigen. De bezwaararbeidsdeskundige had bovendien toegelicht dat de voorgehouden functies geschikt waren voor appellante, waarbij de maximale belasting qua computergebruik overeenkwam met haar eigen opgave.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen op 23 december 2011.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.