ECLI:NL:CRVB:2011:BU9267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die eveneens in Marokko woonde en een AOW-uitkering ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de echtgenoot niet als verzekerde kon worden beschouwd omdat hij niet als ingezetene van Nederland gold en geen vrijwillige verzekering had afgesloten. Ook was niet gebleken dat hij verzekerd was onder de Marokkaanse wetgeving, waardoor geen aanspraak op een Nederlandse uitkering bestond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar echtgenoot wilde verzoeken om vrijwillige verzekering, maar dit niet kon voltooien vanwege ziekte en taalproblemen. De Raad oordeelde dat het verzoek om postume toelating tot vrijwillige verzekering niet verschoonbaar was, mede omdat de echtgenoot al sinds 2003 op de hoogte was van de mogelijkheid en hulp had kunnen inroepen.
De financiële situatie van appellante vormde geen reden om af te wijken van de dwingendrechtelijke bepalingen van de ANW. De Raad bevestigde daarom het eerdere oordeel en wees het beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag nabestaandenuitkering wordt afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW en het verzoek om vrijwillige verzekering niet tijdig is ingediend.