ECLI:NL:CRVB:2011:BU9306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn door UWV
De zaak betreft een verzoek om schadevergoeding door de erven van betrokkene wegens overschrijding van de redelijke termijn door het UWV bij de behandeling van een bezwaar tegen een WAO-besluit.
De Raad stelde vast dat de bezwaarfase ruim zeven maanden duurde, wat langer is dan de in beginsel redelijke termijn van zes maanden. Het UWV voerde aan dat de overschrijding gerechtvaardigd was vanwege vertalingen en het indienen van nadere stukken na de hoorzitting. Betrokkenen betwistten dit en stelden dat de communicatie vooral in het Duits verliep en dat de nadere stukken binnen redelijke termijn werden ingediend.
De Raad oordeelde dat de omstandigheden niet uitzonderlijk waren en dat de overschrijding niet door handelen van betrokkenen was veroorzaakt. Gezien de totale overschrijding van ruim twee jaar en vijf maanden en de reeds door de Staat betaalde schadevergoeding van € 2.500,-, veroordeelde de Raad het UWV tot een aanvullende vergoeding van € 250,- en tot betaling van proceskosten van € 322,-.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 250,- en proceskosten van € 322,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.