ECLI:NL:CRVB:2011:BU9906
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- H.C.P. Venema
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als vervolgingsslachtoffer en burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken vervolgingsgevaar
Appellant heeft bij de Pensioen- en Uitkeringsraad een aanvraag ingediend om erkend te worden als vervolgingsslachtoffer krachtens de Wuv en als burger-oorlogsslachtoffer krachtens de Wubo. De aanvraag werd afgewezen omdat de oorlogservaringen van appellant niet vielen onder de toepassingsgebieden van deze wetten.
Appellant is geboren uit een niet-joodse moeder en een Turks-Joodse biologische vader die kort voor zijn geboorte overleed. Zijn moeder trouwde later met een niet-joodse stiefvader die appellant wettigde. Uit archiefonderzoek en medische informatie bleek dat de moeder niet joods was en dat het voor de Duitse bezetter niet bekend was dat appellant joods was. Hierdoor was appellant niet onderdeel van de groep die door de bezetter werd vervolgd.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van onderduik in de zin van de Wuv en Wubo, ondanks de subjectieve angst van de moeder. De beroepen van appellant tegen de afwijzing werden ongegrond verklaard. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De beroepen van appellant worden ongegrond verklaard en de aanvragen tot erkenning als vervolgingsslachtoffer en burger-oorlogsslachtoffer worden afgewezen.