ECLI:NL:CRVB:2011:BU9911
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gelijkstelling met vervolgingsslachtoffer op grond van de Wuv
Appellant, geboren in 1948, verzocht om gelijkstelling met een vervolgingsslachtoffer op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), vanwege psychische klachten die hij toeschrijft aan de vervolgingsgevolgen van zijn moeder. Verweerder wees dit verzoek af omdat appellant niet tot de groep behoort die tijdens de oorlogsjaren in omstandigheden verkeerden die met vervolging in de zin van de Wuv overeenkomen.
De Raad bevestigde dat na de wetswijziging van 1994 alleen personen die tijdens de oorlogsjaren in dergelijke omstandigheden verkeerden, kunnen worden gelijkgesteld. Appellant, geboren na de oorlog, valt hier niet onder. Ondanks het indienen van medische verklaringen en andere bewijsstukken, ontbraken objectieve medische gegevens over de vervolgingsgevolgen voor de moeder van appellant, waardoor geen aperte, verwijtbare fout van verweerder kon worden vastgesteld.
Ook het feit dat broers en zussen van appellant wel een uitkering ontvingen, leidde niet tot een andere beoordeling omdat zij voor het einde van de Tweede Wereldoorlog geboren zijn en het hier om een individuele beoordeling gaat. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de gelijkstelling met een vervolgingsslachtoffer wordt bevestigd.