ECLI:NL:CRVB:2011:BU9918
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening grondslag uitkering vervolgingsslachtoffer
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer, had bij eerdere besluiten een uitkering ontvangen gebaseerd op een parttime dienstverband als advocaat. In november 2009 verzocht hij om herziening van de grondslag van deze uitkering naar een fulltime dienstverband. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 61 van Pro de Wuv, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening.
De Raad overwoog dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en slechts kan worden toegepast als er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die bij het eerdere besluit niet bekend waren en die het besluit in een nieuw licht plaatsen. De verklaring van de zoon van appellant, die het advocatenkantoor had overgenomen, werd niet voldoende geacht omdat deze niet overeenkwam met eerdere verklaringen waarop de oorspronkelijke vaststelling was gebaseerd.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra, in aanwezigheid van griffier E. Heemsbergen, op 22 december 2011.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van de uitkeringsgrondslag wordt ongegrond verklaard.