ECLI:NL:CRVB:2011:BU9974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding in WAO-zaak
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV van 15 januari 2010, maar deed dit buiten de wettelijke beroepstermijn. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Appellant voerde aan dat ziekte en late ontvangst van het besluit de reden waren voor de vertraging, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad stelde vast dat appellant geen objectieve medische gegevens had overgelegd waaruit bleek dat hem geen verwijt treft voor het te laat indienen van het beroepschrift. Ook het feit dat appellant griffierecht had betaald en na ontvangst van een kopie alsnog beroep instelde, maakte dit niet anders.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding zoals bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep kon daarom niet slagen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aannemelijk maken van een verschoonbare termijnoverschrijding.