ECLI:NL:CRVB:2011:BU9977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en werd geconfronteerd met een herzieningsbesluit van het College waarin zij werd teruggevorderd wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding met de heer M. over de periode van 1 juli 2002 tot en met 30 september 2006.
De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellante stelde dat het College op de hoogte was van haar situatie en dat zij niet de gelegenheid had gekregen haar bezwaar mondeling toe te lichten, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het verzwijgen van de gezamenlijke huishouding en dat er geen sprake was van een schending van de hoorplicht. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan door het College.
De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt het besluit tot terugvordering van de bijstandskosten.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; terugvordering bijstand bevestigd wegens schending inlichtingenverplichting zonder schending hoorplicht.