ECLI:NL:CRVB:2011:BU9984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde bankrekening
Appellante ontvangt sinds 1998 bijstand en heeft vanaf 2003 een bankrekening bij de Postbank waarop regelmatig bedragen werden gestort door haarzelf en derden. De gemeente Amsterdam stelde na een anonieme melding een onderzoek in en concludeerde dat appellante deze rekening en de stortingen niet had gemeld, wat leidde tot een herziening van de bijstand en terugvordering van €5.570,62.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat appellante niet aan haar inlichtingenplicht heeft voldaan en dat de stortingen als inkomen moeten worden beschouwd. De door appellante aangevoerde psychische problemen en verklaringen konden het oordeel niet wijzigen.
Appellante kon de herkomst van de stortingen niet aannemelijk maken en wisselde in haar verklaringen. De Raad wijst het verzoek om vergoeding van schade af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd; het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.