ECLI:NL:CRVB:2011:BV0015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over vaststelling vermogen en toekenning bijstand volgens WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn vermogen door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Uden. Het geschil betrof onder meer de kwalificatie van een bedrag van € 1.500 als schenking of erfenis, de in aanmerking genomen schulden, en de vraag of het aankoopbedrag van een televisie buiten de vermogensvaststelling gelaten moest worden.
De Raad stelde vast dat het College het vermogen van appellant correct had vastgesteld, rekening houdend met tegoeden op bank- en spaarrekeningen en schulden zoals een doorlopend krediet. De vermeende toezegging dat het aankoopbedrag van de televisie buiten beschouwing zou worden gelaten, kon niet worden bevestigd en de WWB biedt hiervoor geen grondslag.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.