ECLI:NL:CRVB:2011:BV0209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens gezamenlijke huishouding met partner met inkomen boven norm
Appellant heeft vanaf 1 maart 1988 bijstand ontvangen en heeft op 25 februari 2008 een aanvraag ingediend voor langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Almelo wees deze aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde dat hij gedurende een ononderbroken periode van 60 maanden een inkomen heeft dat niet hoger is dan de bijstandsnorm.
De reden voor de afwijzing was dat appellant in de relevante periode een gezamenlijke huishouding voerde met zijn ex-echtgenote, die inkomsten uit arbeid had boven de toepasselijke norm voor gehuwden van 21 jaar en ouder. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot en met 4 juni 2007.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij nooit een inkomen boven de bijstandsnorm had genoten, maar de Raad stelde vast dat de aan het besluit ten grondslag liggende stukken aantonen dat de partner wel degelijk een hoger inkomen had. De Raad zag geen reden om aan deze gegevens te twijfelen en bevestigde daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de afwijzing van de langdurigheidstoeslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen omdat appellant niet voldoet aan de inkomenseis vanwege gezamenlijke huishouding met een partner met inkomen boven de norm.