ECLI:NL:CRVB:2012:BV0252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging Ziektewetuitkering en toekenning wettelijke rente
Appellant, werkzaam als postbesteller voor 10 uur per week, kreeg zijn Ziektewetuitkering beëindigd na medische beoordelingen door verzekeringsartsen die hem geschikt achtten voor zijn arbeid. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en vroeg om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens ontbreken van belang en wees het beroep tegen het tweede besluit af. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant wel belang heeft bij het beroep tegen het eerste besluit vanwege het verzoek om wettelijke rente, waardoor het beroep tegen dat besluit gegrond wordt verklaard en het besluit wordt vernietigd.
De Raad bevestigt dat het UWV de medische situatie van appellant op de datum in geding niet onjuist heeft ingeschat. De uitkering mag per 14 oktober 2009 worden beëindigd. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de periode vanaf 1 augustus 2009 en tot betaling van de proceskosten van appellant.
De Raad wijst het verzoek om vergoeding van kosten voor rapporten van Instituut Psychosofia af, omdat deze geen nieuwe medische gegevens bevatten die tot een ander oordeel leiden. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige medische beoordeling en het recht op schadevergoeding bij vertraagde uitbetaling.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten; het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.