ECLI:NL:CRVB:2012:BV0834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering ondanks geen duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster en schoonmaakster, meldde zich op 6 september 2004 arbeidsongeschikt met zwangerschapsgerelateerde klachten. Het Uwv stelde bij besluit van 19 maart 2007 vast dat zij vanaf 25 december 2006 geen recht had op een WIA-uitkering. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat appellante recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering en gaf het Uwv opdracht een nieuw besluit te nemen.
Appellante stelde dat zij recht had op een IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid, omdat vier jaar na haar eerste arbeidsongeschiktheidsdag geen verbetering was opgetreden. Het Uwv en de bezwaarverzekeringsarts concludeerden echter dat op de datum in geding (25 december 2006) een redelijke kans op verbetering bestond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 15 december 2009 ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv terecht had vastgesteld dat er op de datum in geding geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid en dat de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering rechtens juist was. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees op het samenstel van medische feiten en omstandigheden, waaronder behandelingen die destijds nog kans op verbetering boden.
De Raad zag geen aanleiding om de proceskosten anders te verdelen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Schoor en leden Zeijen en Cremers op 13 januari 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering bevestigd.