ECLI:NL:CRVB:2012:BV0951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag minderjarige vreemdelingen wegens voorliggende voorziening
Appellanten, van Armeense nationaliteit, vroegen bijstand aan voor hun minderjarige kinderen, die rechtmatig in Nederland verblijven. Het College wees de aanvraag af omdat de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) een toereikende en passende voorliggende voorziening vormt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 15 WWB Pro geen recht op bijstand bestaat indien een passende voorliggende voorziening beschikbaar is. De Rvb voorziet in noodzakelijke bestaanskosten voor minderjarige vreemdelingen via het COA, inclusief een financiële toelage die gelijk is aan de bijstandsnorm minus inkomen. Uit de feiten bleek dat de kinderen van appellanten reeds een financiële toelage ontvingen volgens de Rvb.
De Raad concludeerde dat de Rvb inderdaad een passende en toereikende voorziening is, waardoor het College de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand voor minderjarige vreemdelingen is terecht afgewezen wegens een passende voorliggende voorziening.