ECLI:NL:CRVB:2010:BN3318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijstandsverlening aan minderjarige vreemdeling met Sierra Leoonse nationaliteit onder WWB en Rvb
Appellant, een minderjarige met de Sierra Leoonse nationaliteit, ontving aanvankelijk bijstand op grond van de WWB. Vanaf 1 januari 2007 werd deze bijstand ingetrokken en vervangen door een financiële toelage op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb), uitgevoerd door het COA.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Rvb een passende en toereikende voorziening vormt in de zin van artikel 15, eerste lid, van de WWB, waardoor voortzetting van bijstand door het College niet is toegestaan. De Raad benadrukt dat het COA verantwoordelijk is voor de beoordeling of de financiële toelage toereikend is, mede in het licht van het IVRK.
Appellant voerde aan dat de toelage niet toereikend is omdat woon- en ziektekosten niet worden gedekt, en stelde dat het College de bijstand gedeeltelijk had moeten voortzetten. Dit verweer werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake is van discriminatie of ontneming van eigendom. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Rvb een passende en toereikende voorziening is en wijst het hoger beroep van appellant af.