ECLI:NL:CRVB:2012:BV0984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang wegens geen rechtmatig verblijf en fair balance
Appellant, geboren in Iran en sinds 1998 in Nederland zonder rechtmatig verblijf, verzocht om toegang tot maatschappelijke opvang. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af vanwege het ontbreken van een verblijfstitel en de ongewenstverklaring.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet tot de kwetsbare categorie behoort die op grond van artikel 8 EVRM Pro recht heeft op bescherming van privé- en gezinsleven. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep en overweegt dat de weigering van toegang tot maatschappelijke opvang een fair balance vormt tussen de publieke belangen en de particuliere belangen van appellant.
De Raad weegt mee dat uit medisch onderzoek blijkt dat appellant lijdt aan een posttraumatische stress-stoornis en depressie, maar dat dit niet voldoende is om hem als kwetsbare persoon aan te merken die bijzondere bescherming verdient op grond van artikel 8 EVRM Pro. Ook het beroep op Europese richtlijnen wordt afgewezen omdat de implementatietermijn nog niet was verstreken.
De Raad wijst het hoger beroep af, bevestigt de eerdere uitspraak en kent geen schadevergoeding toe. Er wordt geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag voor maatschappelijke opvang wordt bevestigd.