ECLI:NL:CRVB:2012:BV1071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens onvoldoende bewijs laag inkomen
Appellant, met de Algerijnse nationaliteit, vroeg een langdurigheidstoeslag aan op basis van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat appellant niet gedurende de gehele referteperiode rechtmatig in Nederland verbleef en zijn inkomsten niet konden worden vastgesteld.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de voorwaarde dat appellant gedurende de gehele referteperiode rechtmatig moest verblijven niet uit de wet volgt. Appellant had op de peildatum een geldige verblijfsvergunning en kon dus in aanmerking komen voor de toeslag, mits hij voldeed aan de overige voorwaarden.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende bewijs leverde van een langdurig laag inkomen gedurende de referteperiode. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant niet aantoonde dat anderen in gelijke omstandigheden wel een toeslag kregen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag langdurigheidstoeslag afgewezen wegens onvoldoende bewijs van langdurig laag inkomen.