ECLI:NL:CRVB:2012:BV1074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- B.J. van de Griend
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding
Appellant diende op 24 maart 2010 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij verklaarde alleenstaand te zijn en bij familie in te wonen. Na onderzoek, waaronder een huisbezoek en een gesprek, concludeerde het College dat appellant een gezamenlijke huishouding voert met B., waardoor hij niet zelfstandig recht heeft op bijstand. Het College wees de aanvraag af en vorderde een eerder verstrekt voorschot terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat sprake was van een noodsituatie waardoor geen gezamenlijke huishouding kon worden aangenomen. De Raad stelde vast dat de beoordeling zich richt op de periode van de aanvraag tot het primaire besluit en dat de wet een gezamenlijke huishouding objectief beoordeelt aan de hand van hoofdverblijf en wederzijdse zorg.
De Raad vond voldoende bewijs voor wederzijdse zorg, zoals gezamenlijke kosten, afwisselend boodschappen doen, samen koken en schoonmaken, en het gebruik van elkaars fiets. Een overgelegd huurcontract werd niet geloofd vanwege inconsistenties en latere ondertekening. De Raad concludeerde dat appellant en B. een gezamenlijke huishouding voeren en bevestigde daarmee de afwijzing van de bijstandsaanvraag en de terugvordering van het voorschot.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.