ECLI:NL:CRVB:2015:4081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie na hennepkwekerij
Appellant vroeg op 3 april 2013 bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand. Tijdens de aanvraag overhandigde hij bankafschriften met kasstortingen, die hij verklaarde te relateren aan inkomsten uit een in oktober 2012 ontmantelde hennepkwekerij. Hij gaf echter geen duidelijkheid over de omvang en herkomst van deze kasstortingen en verklaarde dat het merendeel van de verdiensten was vergokt. Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde dat appellant onvoldoende informatie had verschaft om het recht op bijstand vast te stellen. De kasstortingen waren niet te herleiden tot de gestelde garantieregeling en appellant gaf geen inzicht in de besteding of vermogen.
Appellant beriep zich op artikel 4:3 Awb Pro inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar de Raad oordeelde dat het belang van het college om inzicht te verkrijgen in de financiële situatie zwaarder woog. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.