ECLI:NL:CRVB:2012:BV1248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen en niet verstrekken informatie
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB sinds juni 2007. Het bestuur schortte de bijstand op per 1 mei 2008 wegens het niet verstrekken van gevraagde gegevens en het niet verschijnen op gesprekken. Appellant werd meerdere keren uitgenodigd om het verzuim te herstellen, maar verscheen niet op de afspraken van 9 en 12 juni 2008.
Het bestuur trok daarop bij besluit van 23 juni 2008 de bijstand met ingang van 1 mei 2008 in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat alle benodigde informatie was verstrekt en dat zijn gemachtigde wel was verschenen.
De Raad oordeelt dat appellant het verzuim met betrekking tot het heronderzoeksformulier op 9 mei 2008 heeft hersteld, waardoor de intrekking over de periode 1 mei tot 9 juni 2008 op een onjuiste grondslag berust. De Raad vernietigt dit deel van het besluit en draagt het bestuur op een nieuw besluit te nemen. De intrekking vanaf 9 juni 2008 is echter terecht omdat appellant niet is verschenen om het verzuim te herstellen, ondanks de onduidelijkheid over zijn woonadres. Het bestuur mocht de bijstand vanaf die datum intrekken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand is terecht vanaf 9 juni 2008, maar onterecht vanaf 1 mei 2008; het bestuur moet een nieuw besluit nemen over die eerdere periode.