ECLI:NL:CRVB:2012:BV1251

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1719 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht binnen gestelde termijn

Appellante heeft verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep wegens het niet binnen de gestelde termijn betalen van het griffierecht. Zij stelde dat zij bijzondere bijstand had aangevraagd bij het College van burgemeester en wethouders, dat had toegezegd het griffierecht te voldoen, maar zij heeft geen bewijsstukken overgelegd ter ondersteuning van deze stelling.

De Raad constateerde dat de griffierechten niet waren betaald en dat appellante zich niet binnen de gestelde termijn tot de Raad had gewend met een melding van bijzondere bijstand. De stukken bevatten geen aanwijzingen die haar stelling ondersteunen. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was.

Op grond van deze feiten verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en wees zij een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 18 januari 2012.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

11/1719 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 2 februari 2011, 10/3114 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: College)
Datum uitspraak: 18 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 7 juni 2011 heeft de Raad het namens appellante door mr. Y. Tamer, advocaat te ’s-Gravenhage, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 heeft mr. Tamer namens appellante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 16 januari 2012. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Tamer. Het College is niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 2 mei 2011 gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In verzet heeft appellante aangevoerd dat zij bij het College bijzondere bijstand voor het verschuldigde griffierecht heeft aangevraagd, dat haar is toegezegd dat het College het griffierecht zou voldoen en dat zij verder niets meer heeft vernomen.
De Raad stelt vast dat de gedingstukken geen aanknopingspunten bevatten die de stelling van appellante over aanvraag en toezegging ondersteunen. Appellante heeft aangekondigd bewijsstukken in te zenden, maar heeft dit niet gedaan. De Raad stelt verder vast dat appellante voorafgaand aan de uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 nooit melding heeft gemaakt van een aanvraag om bijzondere bijstand. Meer in het bijzonder heeft zij zich binnen de in de brief van de Raad van 2 mei 2011 gestelde termijn niet tot de Raad gewend.
Aan deze vaststellingen verbindt de Raad de conclusie dat er geen grond is voor het oordeel dat de termijnoverschrijding appellante niet kan worden verweten.
Het verzet moet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2012.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
JL