ECLI:NL:CRVB:2012:BV1381
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Erkenning als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wegens gelijke behandeling
Appellante, geboren in 1936 in voormalig Nederlands-Indië, diende een aanvraag in voor erkenning als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wubo. Verweerder wees de Wuv-aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat zij vervolging had ondergaan tijdens de Japanse bezetting, maar erkende haar wel als burger-oorlogsslachtoffer vanwege internering in een extremistenkamp tijdens de Bersiapperiode.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en trok het bezwaar tegen de Wubo-erkentenis in, waarna zij beroep instelde tegen het afwijzende Wuv-besluit. Verweerder baseerde zijn afwijzing op onderzoek en archiefgegevens, waarbij werd geconcludeerd dat appellante waarschijnlijk alleen tijdens de Bersiapperiode was geïnterneerd, wat niet onder de Wuv valt.
Appellante verwees naar de erkenning van haar zuster als vervolgde op grond van dezelfde internering en periode, wat volgens haar het gelijkheidsbeginsel schond. De Raad concludeerde dat verweerder over dezelfde gegevens beschikte als destijds bij de zuster, die het voordeel van de twijfel kreeg. Het maken van een fundamenteel onderscheid tussen de zussen was onrechtvaardig.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en erkende appellante als vervolgde in de zin van de Wuv. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen over de gevolgen van deze erkenning. Er werd geen vergoeding van kosten toegekend.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 19 januari 2012.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellante erkend als vervolgde volgens de Wuv.