ECLI:NL:CRVB:2012:BV1648
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te late griffierechtbetaling afgewezen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant deed hiertegen verzet. Uit het dossier blijkt dat het griffierecht één dag te laat, op 7 juli 2011, is bijgeschreven op de rekening van de Raad, terwijl een termijn van acht weken was gesteld.
Appellant had zijn zuster verzocht het griffierecht te voldoen vanwege de moeilijkheid van geld overmaken vanuit Suriname. De zuster stuurde op 1 juli 2011 een overschrijvingsformulier, maar de betaling werd pas op 7 juli 2011 geboekt. De Raad oordeelt dat appellant de termijnoverschrijding niet kan worden verweten, maar benadrukt dat de termijn van acht weken hem was gesteld en dat de betaling alsnog te laat was.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond en bepaalt dat het te laat betaalde griffierecht van €112,- aan de zuster van appellant wordt terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege te late betaling van het griffierecht.