ECLI:NL:CRVB:2012:BV1777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijke vermogenspositie
Appellant ontving vanaf 6 maart 2007 bijstand op grond van de WWB. Het College ontdekte via een vermogenssignaal dat appellant beschikte over meerdere bankrekeningen met een aanzienlijk tegoed dat niet was opgegeven, waardoor het College de bijstand introk en terugvordering instelde.
De rechtbank vernietigde het besluit van het College, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant voerde aan dat hij het vermogen had besteed aan woninginrichting, verloren geld en schulden. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van rekeningen en tegoeden en dat de vermogenspositie over de gehele beoordelingsperiode relevant is, niet alleen bij toekenning.
De Raad stelde vast dat appellant tot juni 2007 over vermogen boven de vrijlatingsgrens beschikte. Over de periode daarna bleef onduidelijk of hij nog over het opgenomen saldo kon beschikken. De bijstand over die latere periode kon daarom niet worden vastgesteld. Het hoger beroep faalde, en de Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij het College bevoegd was de bijstand in te trekken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenplicht en onduidelijkheid over het vermogen.