ECLI:NL:CRVB:2012:BV1780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering huisbezoek ondanks twijfel over huishoudingssituatie
Appellant ontving bijstand en verklaarde alleenstaand te zijn zonder gezamenlijke huishouding. Het college twijfelde aan deze opgave op basis van eerdere onderzoeksbevindingen, waaronder een huisbezoek in 2008. Daarom verzocht het college om een onaangekondigd huisbezoek, waaraan appellant niet meewerkte.
Appellant gaf aan zich tijdens het gesprek niet goed te voelen en noemde een andere afspraak als reden voor weigering. Hij had een psychiatrische voorgeschiedenis met spanningsgerelateerde klachten, maar maakte niet aannemelijk dat zijn toestand medewerking onmogelijk maakte. De Raad oordeelde dat alleen een zwaarwegende reden tot weigering kan leiden tot rechtvaardiging, en appellant had die niet voldoende onderbouwd.
Daarom was het college bevoegd om de bijstand met ingang van 25 november 2010 in te trekken wegens schending van de medewerkingsverplichting. De Raad bevestigde hiermee het oordeel van de rechtbank Amsterdam en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet meewerken aan het huisbezoek zonder zwaarwegende reden.