ECLI:NL:CRVB:2012:BV1864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand en aflossing geldlening bij overgang naar AOW-pensioen
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg daarnaast een geldlening van €570,-- verstrekt ter overbrugging. Bij beëindiging van de bijstand per 1 april 2010, vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd, werd het openstaande bedrag van de geldlening verrekend met de laatste bijstandsuitkering.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet tijdig was geïnformeerd over de terugbetaling en dat zij door de aflossing in betalingsmoeilijkheden was gekomen. Tevens voerde zij aan dat zij geen draagkracht had om af te lossen zonder onder het bestaansminimum te komen.
De Raad oordeelde dat appellante bij de totstandkoming van de lening akkoord was gegaan met de verrekening bij beëindiging van de bijstand en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet kon aflossen zonder onder de beslagvrije voet te komen. De Raad nam mee dat appellante naast het AOW-pensioen ook een ander pensioen ontving en dat zij een gemotiveerd verzoek tot aanpassing van de aflossing aan het College kan voorleggen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Maastricht bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.