ECLI:NL:CRVB:2012:BV2022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Assen die haar beroep tegen de weigering van een Wajong-uitkering ongegrond verklaarde. Het UWV had haar aanvraag afgewezen op basis van een medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waarin haar beperkingen waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende had gemotiveerd waarom de klachten van appellante geen aanleiding gaven tot het aannemen van zwaardere beperkingen dan in de FML waren opgenomen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV haar beperkingen niet juist had vastgesteld en dat zij niet geschikt was voor de voorgestelde functies.
De Raad overwoog dat appellante geen nieuwe gezichtspunten had ingebracht die afweken van haar eerdere stellingen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het medisch oordeel van het UWV, mede op basis van een recent verzekeringsgeneeskundig rapport. De Raad concludeerde dat er geen reden was om het medisch oordeel te herzien en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De rechtbankuitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.