ECLI:NL:CRVB:2012:BV2029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H. Bolt
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loongerelateerde WGA-uitkering en re-integratie bij vermoeidheidsklachten
Appellant, voormalig netwerkplanner, meldde zich ziek met diverse klachten waaronder rugpijn, concentratieproblemen en vermoeidheid. Het UWV stelde een loongerelateerde WGA-uitkering vast op basis van medische en arbeidskundige onderzoeken, waarbij beperkingen werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het UWV-besluit ongegrond en ging voorbij aan de vermoeidheidsklachten, omdat appellant deze niet tijdig had ingebracht. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit oordeel, met name over de medische beperkingen en de re-integratievisie.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de vermoeidheidsklachten buiten beschouwing liet, aangezien deze wel waren meegewogen door het UWV. De Raad vond geen aanleiding om de vastgestelde FML te wijzigen en bevestigde de geschiktheid van de geduide functies, inclusief het aspect van zitten en vertreden.
Ten aanzien van een latere beslissing over vermeerderde beperkingen vanaf december 2008, bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank dat er geen medische basis was voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in het beroep tegen het eerste besluit en het hoger beroep tegen de eerste uitspraak.
Uitkomst: De Raad vernietigt het oordeel dat vermoeidheidsklachten genegeerd mogen worden en bevestigt verder de vastgestelde beperkingen en geschiktheid van functies.