ECLI:NL:CRVB:2012:BV2056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- T.L. de Vries
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loongerelateerde WGA-uitkering en functionele beperkingen
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en ontving vanaf juni 2007 een loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 1 januari 2009 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, gebaseerd op medische en arbeidskundige beoordelingen.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld. Nieuwe medische informatie en expertiserapporten werden ingebracht, waaronder een rapport van een orthopedisch chirurg en een brief van een Turkse neurochirurg. De bezwaarverzekeringsarts paste enkele beperkingen aan, maar bleef van mening dat appellante geschikt was voor de voorgehouden functies.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen en dat de medische grondslag zorgvuldig was. De aanvullende medische stukken brachten geen ander oordeel mee, mede omdat de beperkingen op onderdelen al waren aangepast en de nieuwe klachten niet relevant waren voor het moment van beoordeling. Appellante werd geacht de functies te kunnen vervullen, ook bij een zwaardere beperking op het onderdeel klimmen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WGA-uitkering bevestigd.