ECLI:NL:CRVB:2012:BV2066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische klachten appellant
Appellante ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering die in 2009 door het UWV werd herzien van 45-55% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar stelde het UWV de uitkering tijdelijk op 80-100% en herzag deze vervolgens opnieuw naar 15-25%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar fibromyalgie, hypertensie, hyperthyreoïdie, en postoperatieve klachten onvoldoende waren meegewogen, evenals haar cognitieve en psychische beperkingen en medicijngebruik. Zij verzocht om een deskundige benoeming. De Raad overwoog dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 6 juli 2009, opgesteld door de bezwaarverzekeringsarts, voldoende rekening hield met haar klachten en dat de geselecteerde functies geen bijzondere belasting op relevante onderdelen kenden.
De Raad schaarde zich achter de medische rapportages en vond geen aanleiding voor een deskundigenonderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.